Toetsingsadvies over het milieueffectrapport A4, Burgenveen - Leiden
Dit advies is opgesteld door de werkgroep van de Commissie voor de m.e.r., verder te noemen de Commissie. De Commissie heeft beoordeeld of het MER voldoende informatie bevat om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming en daarbij op grond van artikel 7.26 van de Wm getoetst:
- aan de richtlijnen voor het MER, zoals vastgesteld op 30 juni 1995;
- op eventuele onjuistheden;
- aan de wettelijke regels voor de inhoud van een MER.
Rijkswaterstaat, directie Zuid-Holland heeft een milieueffectrapport (MER) opgesteld ten behoeve van de besluitvorming over de verbreding van de A4, traject Burgerveen - Leiden. Dit project hangt vanwege onderlinge bundeling nauw samen met het deeltraject tussen Hoogmade en het aquaduct in de Ringvaart Haarlemmermeer van het Nederlands deel van de Hogesnelheidsspoorverbinding Amsterdam - Rotterdam - Brussel - Parijs ('de HSLZuid'). Bij de opstelling van de trajectnota/MER A4, Burgerveen - Leiden is het tracé van de HSL-Zuid als uitgangspunt genomen. Ter bevordering van een integrale planvoorbereiding wordt er naar gestreefd het ontwerp-tracébesluit (OTB) van de HSL-Zuid en van de A4 gelijktijdig ter inzage te leggen, naar verwachting in de herfst van 1997.
De milieueffectrapportage (m.e.r.) over de A4, is gekoppeld aan het Tracébesluit. De Minister van Verkeer en Waterstaat (V en W) en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer zijn de bevoegde instanties. Rijkswaterstaat, directie Zuid-Holland treedt namens de minister van V en W op als initiatiefnemer.
- Auteur
- Rijkswaterstaat Directie Zuid-Holland (RWS DZH)
- Uitgever
- Commissie voor de Mileu-effectrapportage (MER)
- Annotatie
-
ISBN 90-421-0265-9