De mogelijke rol van de zaadvoorraad in het herstel van een waterplantenvegetatie in oeverstroken na baggeren : [een onderzoek langs de Twenthekanalen]
Vanaf 1998 wordt in ondiepe oeverstroken langs de Twenthekanalen onderzoek gedaan naar de effecten van maaien en baggeren op de (water)bodemkwaliteit in samenhang met de ontwikkeling van waterplanten. Onderzoek in 1999 en 2000 wees uit dat het maaien en baggeren van oevertrajecten langs het zijkanaal naar Almelo leidde tot een afname van de slibdikte, het verdwijnen van de kroosdekken en een opener structuur van de plasbermen. Echter, in slechts eenderde van de gebaggerde stroken trad (her)vestiging op van ondergedoken waterplanten. Een mogelijke oorzaak kan het ontbreken van zaden zijn. In 1998-2000 is onderzoek naar de zaadvoorraad van de waterbodem uitgevoerd in oevertrajecten langs het Twenthekanaal, waarbij de vegetatie van het water en de aangrenzende oever is opgenomen. Dit rapport presenteert de resultaten, waarbij speciale aandacht gaat naar de westzijde van het zijkanaal, waar de oeverstroken zijn gebaggerd. Voor dit traject is het mogelijk de potentiële vegetatie (de zaadvoorraad) te vergelijken met de actuele vegetatie na baggeren. Het blijkt dat de zaadvoorraad slechts een beperkte rol speelt bij de (her)vestiging van waterplanten.
- Datum rapport
- 1 november 2000
- Auteurs
- Brinke, A. van ten
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Oost-Nederland (RWS, ON); Ger Boedeltje, met medew. van A. ten Brinke; Bureau Daslook
- Uitgever
- RWS, ON.
- Annotatie
-
12 p. Bijl., fig., tab. Met lit. opg. In opdracht van Rijkswaterstaat, Directie Oost-Nederland, Dienstkring Twenthekanalen en IJsseldelta
- Documentnummer
- 355561