Zeegras in het Grevelingenmeer en de Oosterschelde, relatie met voedingsstoffen en zoutgehalte
Zowel in de Oosterschelde als het Grevelingenmeer is het areaal Zeegras de laatste jaren afgenomen. Mogelijk is de achteruitgang van Zeegras gerelateerd aan veranderingen in zoutgehalte en voedselrijkdom van het water. Om dit te onderzoeken is een literatuurstudie uitgevoerd en is er een enquete gehouden onder een tiental onderzoekers die zich bezighouden met zeegrasonderzoek. Tot slot is er een situatiebeschrijving van de Oosterschelde gemaakt. Hiervoor zijn gegevens van het RIKZ (Rijksinstituut voor Kust en Zee) over waterchemie en Zeegras uitgewerkt. Conclusie is dat de relatie tussen de achteruitgang van Zeegras (Zostera marina en Zostera noltii) enerzijds en saliniteit en nutrientenhuishouding anderzijds niet direct aangetoond is, maar wel waarschijnlijk is. Daarom worden maatregelen op korte termijn voorgesteld en verdere experimenten aanbevolen.
- Datum rapport
- 1 januari 1994
- Auteur
- Vakgroep Oecologie, Werkgroep Aquatische Oecologie, Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN); L.J.M. Wijgergangs
- Uitgever
- Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN).
- Annotatie
-
43 p.
bijl., fig., krt.
Met lit. opg.
Bijlagen in het Engels
In opdracht van Rijkswaterstaat, Directie Zeeland (RWS, ZL) - Documentnummer
- 4355