Contrastwaarneming in tunnels : een meetmethode
Het opstellen van een methode voor het vaststellen van de kwaliteit van de verlichting bij tunnelingangen. De kwaliteit wordt omschreven als de mate waarin de voor de verkeersveiligheid belangrijke voorwerpen (de risicodragende objecten) kunnen worden waargenomen. De methode ter bepaling van de kwaliteit van de ingangsverlichting van verkeerstunnels omvat de bepaling van: de adaptietoestand; de sluierluminantie; het "interne" contrast en de herkenbaarheid van (visueel middelmatig grote) objecten (auto's); het drempelcontrast van in de lengterichting geplaatste objecten in het vlak van de weg (wegmarkeringen); het drempel-contrast van op het wegdek geplaatste kleine objecten (obstakels). Voor de metingen is een opstelling met een "dynamische laser" gekozen. Vanuit een rijdende auto wordt, met behulp van laserstralen, 60-100 meter voor de auto een contrastvoorwerp op het wegdek geprojecteerd en in het voertuig wordt de benodigde apparatuur geplaatst ter registratie van de meetresultaten.
- Datum rapport
- 1 januari 1993
- Auteur
- Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV); D.A. Schreuder
- Uitgever
- Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).
- Annotatie
-
47 p.
ill., tab.
Met lit.opg.
In opdracht van Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Bouwdienst Rijkswaterstaat, (RWS, BD) - Documentnummer
- 209990