Feitelijk en beweerd gebruik van motorvoertuigverlichting overdag (MVO) in Nederland : enkele analyseresultaten van metingen naar het gebruik van MVO in Nederland en indicaties uit een kleinschalig onderzoek naar beweegredenen om MVO te gebruiken
Uit een globale analyse van de meetresultaten betreffende het MVO-gebruik in de maanden november 1989 tot en met april 1990 is naar voren gekomen, dat de belangrijkste variabelen die het in-/ uitschakelen van de voertuigverlichting beïnvloeden vooral het lichtniveau en de weersomstandigheden zijn, maar ook seizoen, regio en type weg. In juni 1990 is overdag een kleinschalig, verkennend onderzoek uitgevoerd bij tien benzinestations, verspreid over Nederland. Zowel automobilisten die met de verlichting aan het benzinestation binnen reden als degenen die zonder licht aan binnen reden zijn kort geïnterviewd naar hun beweegredenen. Zij, die MVO voeren, zeggen dit te doen uit een gevoel van verhoogde veiligheid en de wens om op te vallen in het verkeer. Anderen voeren MVO, afhankelijk van het lichtniveau (schemer en/of donker weer) en/of van "slecht weer" (zware regen, dichte mist), of van het wegbeeld (in tunnels, op polderwegen, op de Afsluitdijk, op wegen door een bosachtige omgeving).
- Datum rapport
- 1 januari 1990
- Auteur
- Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV); J.E. Lindeijer; Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Verkeerskunde (DVK)
- Uitgever
- Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).
- Annotatie
-
21 p.
fig., tab.
Rapport R-90-15.
Lit.opg. p.19
Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Verkeerskunde (DVK)(20) - Documentnummer
- 186215