Onderzoek naar de intrek van (glas)aal bij het sluizencomplex Nijkerk
Het doel van dit onderzoek is tweeledig. Ten eerste: zijn er negatieve effecten van het huidige spui- en schutregime op de intrek van (glas)aal vanuit Nijkerkernauw naar het Nuldernauw? Ten tweede: hoe kunnen eventuele negatieve effecten worden weggenomen zonder dat witvis vanuit het Nijkerkernauw in het Nuldernauw geraakt? Om deze vragen te kunnen beantwoorden is er gedurende een heel seizoen zowel overdag als 's-nachts periodiek gespuid waarbij intrekkende alen zijn gevangen. Op deze manier is derhalve de migratie-activiteit van aal gedurende het etmaal en gedurende het seizoen onderzocht. Daarnaast zijn er tijdens het spuien continu metingen verricht (verval, stroomsnelheid, debiet). Door deze metingen te koppelen aan de vangsten aan aal kunnen effecten van het debiet (lokstroom) en stroomsnelheid (passage-mogelijkheden) op de intrek onderzocht worden. Uit het onderzoek bleek dat in 1993 relatief geringe hoeveelheden aal bij Nijkerk zijn gevangen. Toch hebben de resultaten van dit onderzoek veel informatie over de periodiciteit van de trek en het gedrag van de aal opgeleverd. Op basis van deze resultaten wordt een aantal beheersmaatregelen opgesomd. De intrek van overige vissoorten was gedurende het experiment erg klein en vond met name overdag plaats. De totale vangst bedroeg gedurende het onderzoek 135 kg en was daarmee van verwaarloosbare omvang. Uit de vangsten naar voren dat de lengte van de vissen niet beperkend is geweest voor de intrek. De geringe intrek gedurende de onderzoekperiode werd derhalve zeer waarschijnlijk veroorzaakt door een geringe migratie-activiteit en niet door fysieke belemmeringen. Dit betekent dat in perioden waarin grootschalige vismigratie verwacht mag worden (paaitijd, najaar, winter en vroege voorjaar), intrek van vis in potentie een bedreiging kan vormen voor het beheer op het Wolderwijd-Nuldernauw. Tot op heden zijn keernetten ingezet om intrek van vis tegen te gaan. Daar het gebruik hiervan in de winterperiode risico's met zich meebrengt (ijsgang), verdient het aanbeveling te onderzoeken of er andere methoden zijn waarbij vismigratie verhinderd wordt terwijl migratie van aal mogelijk blijft. Een proefmatige toepassing van een constructie met borstels wordt voorgesteld waarmee dit doel bereikt zou kunnen worden.
- Datum rapport
- 1 januari 1993
- Auteur
- M. Klinge, S. Semmekrot; Witteveen + Bos Raadgevende Ingenieurs
- Uitgever
- Witteveen+Bos.
- Annotatie
-
28 [11] p.
fig.
In opdracht van [Ministerie van Verkeer en Waterstaat], Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL). - Met lit. opg. - Documentnummer
- 48040