Onderzoek epoxyhars-teercombinaties
<p align="LEFT"> </p> <p align="LEFT">Pure epoxyharsbindmiddelen komen voor wegenbouwdoeleinden in het algemeen niet in aanmerking vanwege de te geringe flexibiliteit van het uitgeharde product. Deze eigenschap kan worden verbeterd door toevoeging van bijvoorbeeld een teer. Deze toevoeging kan ook nadelen met zich meebrengen, onder meer afhankelijk van de hoeveelheid toegevoegde teer en de teersoort. Om een en ander te onderzoeken zijn van een epoxyhars (type 828) met twee teersoorten (Orgol tar en LMS 150 = een blanke teer) hars-teer combinaties gemaakt en onderzocht. De teerproducten zijn onderzocht volgens de KVBB 1962 (II); ook is de vluchtigheid bepaald bij 100°C (III). Teer wordt gerekend tot de goedkopere niet meereagerende weekmakers en wordt als zodanig niet chemisch gebonden aan het epoxymolecuul. Hierdoor kunnen vluchtige bestanddelen van de teer uit het uitgeharde product verdwijnen, waardoor verbrossing en desintegratie kunnen optreden (IV). Tenslotte zijn in V enkele conclusies gegeven.</p> <p align="LEFT"> </p> <p align="LEFT"> </p> <p align="LEFT"> </p> <p align="LEFT"> </p> <p align="LEFT"> </p>
- Datum rapport
- 1 september 1976
- Auteur
- R. Coorengel, D. Hogervorst ; Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswegenlaboratorium (RWS, RWL)
- Uitgever
- RWS, RWL.
- Annotatie
-
[10] p.
ill., bijl.
Rapport KG 76-11 - Documentnummer
- 859228