Bodemonderzoek Midden-Waal
Onderzoeksrapportage naar de geologische opbouw van de Waalbodem tussen Weurt en St. Andries (=Midden-Waal) in het kader van het Waalproject. Middels een inventarisatie van boorgegevens wordt getracht een indicatie te verkrijgen van de alluviale laagdikte alsmede de bodemsamenstelling op grote diepte. Een verantwoorde uitspraak op grond van een analyse van deze boorgegevens is echter onmogelijk evenals een kwantitatieve beschrijving. Een kwalitatieve beschrijving geeft slechts volgende indicaties: globaal gezien wordt de Waalbodem naar diepte toe grover; op enkele locaties is het mogelijk dat bodemlagen met fijner materiaal aangesneden worden en dus versneld erosie kan optreden; ten westen van Nijmegen komen tertiaire formaties niet aan de oppervlakte voor; een grens tussen holocene en pleistocene afzettingen onder de bodem is niet aan te geven. De veranderende bodemsamenstelling heeft invloed op bodemruwheid en sedimenttransport. Het grover worden van bodemmateriaal kan op (zeer lange) termijn nadelige invloed hebben op de overige Rijntakken: toename debiet Waal en afname debiet Pannerdensch Kanaal; afname sediment-transportcapaciteit Midden-Waal. Om een betrouwbaar beeld te krijgen van de samenstelling van de bodem op enkele plaatsen zijn additionele boringen vereist.
- Datum rapport
- 1 januari 1994
- Auteur
- Waterloopkundig Laboratorium (WL); R.B.H. Huyskens
- Uitgever
- Waterloopkundig Laboratorium (WL) = Delft Hydraulics Laboratory.
- Annotatie
-
IV, 23 p.
bijl., fig., tab. ; 30 cm
Rapport Q 1809. - In opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Gelderland. - Met lit.opg. - Documentnummer
- 167069