De bedrijfsgrootte voor akkerbouwbedrijven in het centraal kleigebied (een verkennende studie)
De laatste jaren is het EG-beleid er op gericht om overschotten aan landbouwprodukten terug te dringen en meer marktgericht te produceren. Het gevolg hiervan is dat EG-subsidies worden verlaagd en de prijzen van marktordeningsgewassen dalen. Ook worden maatregelen getroffen om het milieu te beschermen. In de studie is de invloed van deze maatregelen op het bedrijfsresultaat van akkerbouwbedrijven in het Centraal kleigebied onderzocht en is nagegaan welke bedrijfsgrootte op termijn nodig is om de agrarische ondernemer nog een redelijke arbeidsopbrengst te verschaffen. Uitgegaan is van gangbare akkerbouwgewassen, huidige opbrengstniveaus, marktinzichten en mechanisatiemogelijkheden. Ook is rekening gehouden met een verminderd gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen. Dit wordt ondermeer bereikt door een ruimer bouwplan en het niet meer toepassen van grondontsmettingsmiddelen. In het onderzoek is gebruik gemaakt van lineaire programmering waarbij, binnen een aantal beperkingen, het netto bedrijfsresultaat wordt gemaximaliseerd. Als bedrijfsgroottevarianten zijn eenheden van 50, 75, 100 en 125 ha opgenomen. Bij de eenheden van 50, 75 en 100 ha is uitgegaan van een 1 mans arbeidsbezetting (de ondernemer). Daarnaast zijn tevens een 100 en een 125 ha variant met een 2 mans arbeidsbezetting opgenomen.
- Datum rapport
- 1 januari 1990
- Auteur
- door Studiegroep Bedrijfsgrootte (voorzitter J.A.L.M. Kamp) Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland, Proefstation voor de Akkerbouw en Groenteteelt in de Vollegrond (PAGV) en Landbouw-Economisch Instituut (LEI)
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL).
- Annotatie
-
72 [27] p.
fig., tab. ; 30 cm.
(Flevobericht ; 317)
ISBN 9036910714 - Documentnummer
- 155083