Stormvloedkering Nieuwe Waterweg : evaluatie morfologische berekeningen
In het kader van de ontwerp-procedure voor een Stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg evalueert de Rijkswaterstaat de plannen van een tweetal groepen van aannemers. Een van de vele aspecten is het morfologische gedrag van de bodem van het esturarium in het gebied van de kering; in het bijzonder de hoeveelheid afzettingen die moet gebaggerd om te zorgen dat ze geen belemmering vormen voor het fuctioneren van het kunstwerk. In de nota is getracht de schattingen van de aanzandingen door de combinatie NIWAS te toetsen aan min of meer onafhankelijke schattingen via een andere methodiek. De beschikbare gegevens zijn zeer beperkt, terwijl is gebleken dat de natuurlijke processen een grote wisselvalligheid vertonen. Ook de theoretisch/empirische hulpmiddelen zijn beperkt. De algemene indruk is dat, binnen het gebied van plausibele schattingen, de schattingen van NIWAS relatief hoog zijn maar niet onwaarschijnlijk. Ze vormen dus een relatief veilige basis voor het ontwerpen van de installaties die het hoofd moeten aan de aanzanding. Wel wordt nader onderzoek aanbevolen ter verdere precisering van de schattingen.
- Datum rapport
- 1 januari 1989
- Auteur
- Waterloopkundig Laboratorium (WL); E. Allersma; [in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Sluizen en Stuwen]
- Uitgever
- Waterloopkundig Laboratorium (WL) = Delft Hydraulics Laboratory.
- Annotatie
-
20,9 p.
fig., tab. ; 30 cm
Q 869. - Lit. opg. : p. 19-20 - Documentnummer
- 35425