Richtlijnen milieu-effectrapport zoutwaterlozing in verband met aanleg van cavernes voor de opslag van aardgas door de N.V. Nederlandse Gasunie
De Gasunie heeft het voornemen om ingevolge de inrichting van de zoutcavernes ten behoeve van ondergrondse gasberging, in de Eems nabij Delfzijl maximaal 3000 m3 zout water per uur af te voeren. Deze lozing kan eventueel schadelijke effecten voor het milieu van het ontvangende oppervlaktewater met zich mee brengen. In de vrijwillige MER die bedoeld is voor het lozen van het overtollige zoute water zal door de Gasunie onderzocht worden waar en hoe de lozing van het pekelwater de minst nadelige gevolgen zal hebben. Het voornemen is het zoute water per pijpleiding af te voeren naar de Eems. De onderhavige richtlijnen MER zijn opgesteld op basis van de in de startnotitie van de initiatiefnemer vermelde gegevens, de adviezen van de Commissie voor de milieu-effectrapportage, adviezen van de wettelijke adviseurs en op grond van de reacties, ontvangen naar aanleiding van de terinzageleggingen van de startnotitie.
- Datum rapport
- 1 januari 1987
- Auteur
- [Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Groningen]
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Groningen (RWS, GR).
- Annotatie
-
27, [19] p.
30 cm
Omslagtitel: Richtlijnen milieu-effectrapport zoutwaterlozing Gasunie. - Vastgesteld door de Minister van Verkeer en Waterstaat overeenkomstig artikel 41 0, eerste lid van de wet van 23 april 1986 tot uitbreiding van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Regelen met betrekking tot milieu-effect-rapportage) - Documentnummer
- 34722