Aanbevelingen voor aanvullingen op het milieu-effectrapport oeververbinding ten westen van Rotterdam
De Commissie meent dat - zo mogelijk in taakstellende zin - concreet moet worden verwoord wat met de aanleg van een Blankenburgtunnel wordt beoogd. De verkeers- en vervoerproblematiek zal zo kwantitatief mogelijk moeten worden aangegeven, uitgaande van de aanleg van een tweede Beneluxtunnel en verbreding van RW15. De Commissie formuleert enkele alternatieven, die nader dienen te worden uitgewerkt. De gevolgen voor het milieu van deze alternatieven moeten zoveel mogelijk in hun onderlinge samenhang, ook met andere relevante plannen, zichtbaar worden gemaakt. Voor de aanlegfaseén de gebruiksfase dienen, kwantitatief en verifieerbaar, de milieugevolgen te worden gepresenteerd. De Commissie acht het van belang de gevolgen voor het milieu van bijkomende hulpwerken en van de te kiezen uitvoeringsmethode(n) meer concreet dan in het MER te beschrijven. Aandacht moet worden besteed aan resterende leemten in kennis en de betekenis daarvan voor de besluitvorming. Tevens dient de opzet van het evaluatieprogramma te worden aangegeven.
- Datum rapport
- 1 januari 1988
- Auteur
- [Commissie voor de milieu- effectrapportage (MER), Werkgroep MER oeververbinding ten westen van Rotterdam], voorzitter H. Cohen
- Uitgever
- Commissie MER.
- Annotatie
-
17 p.
30 cm
ISBN 905237001X - Documentnummer
- 137228