Prognose gehalte EOCL in de waterbodem van de Botlekhaven ten gevolge van lozing van bedrijfsafvalwater : verslag modelonderzoek
Met behulp van het Lozingen-In-Havens-model is het effect van een EOCL-lozing op het EOCL-gehalte in de waterbodem van de Botlek/Chemiehaven onderzocht. Omdat EOCL ("Extraheerbare Organische Chloorverbindingen") een verzamelterm is, kan de parameter niet zonder meer als een enkelvoudige stof worden gemodelleerd. Omdat de verspreiding afhangt van de concentraties en het gedrag van alle afzonderlijke componenten, moet de verspreiding in principe voor alle componenten worden berekend. Binnen het kader van deze studie was een gedetailleerde aanpak niet mogelijk. De studie heeft het karakter van een gevoeligheidsanalyse, waarbij een range is voorspeld voor het EOCL-gehalte. Hiertoe zijn 2 extreme waarden gehanteerd voor de sturende procesparameter. Op grond van de beschikbare kennis wordt een brede range in het EOCL-gehalte van de waterbodem voorspeld. De bijdrage van de rivierrand aan het voorspelde EOCL-gehalte is veel groter dan die van de lozing. Onder invloed van alleen de lozing kan de streefwaarde voor EOCL worden overschreden. Tot slot volgen de resultaten, discussie en conclusie.
- Datum rapport
- 1 januari 1993
- Auteur
- H.L.A. Sonneveldt; Waterloopkundig Laboratorium
- Uitgever
- Waterloopkundig Laboratorium (WL) = Delft Hydraulics Laboratory.
- Annotatie
-
III , ongep.
tab. , fig. ; 30 cm
T 1128. - met lit. opg. - Opdrachtgever : Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Zuid-Holland (RWS, ZH) - Documentnummer
- 34141