Evaluatie van het beheer in het Lauwersmeer in de periode 1982-1987
In dit rapport wordt het beheer in het natuurgebied in het Lauwersmeer in de periode 1982-1987 geëvalueerd, resulterend in aanbevelingen ten aanzien van vervolgbeheer. Door de introductie van het beweidingsbeheer in 1982 zijn de natuurwaarden van het Lauwersmeer gemaximaliseerd door de oppervlakteverhouding van beweide en onbeweide platen te verschuiven naar 3:1 (nu 2:3; uitgaande van seizoensbeweiding). Op de zuidelijke beweide platen worden van een aantal late broedvogels waarschijnlijk relatief veel legsels door vee vertrapt en verstoord. Door verandering van de beweidingsvorm kan dit worden beperkt. In het droge grasland op de noordelijke platen vindt een sterke uitbreiding plaats van duinriet en kruipwilg. Verandering van de beweidingsvorm is daarom gewenst. Ten gunste van een aantal predatiegevoelige broedvogels is een (plaatselijke) beperking van predatie (door vos) gewenst. De eenvoudigste oplossing bestaat uit het aanbieden van geïsoleerde broedplaatsen. Het zijn met name maatregelen samenhangend met waterbeheersing welke de (faunistische) natuurwaarden van het Lauwersmeer verder kunnen verhogen.
- Datum rapport
- 1 januari 1989
- Auteur
- door N.J. Beemster, H.J. Drost en M.R. van Eerden; Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL).
- Annotatie
-
83 p.
fig., tab.
(Flevobericht ; nr. 303)
Met lit. opg.
ISBN 9036910544 - Documentnummer
- 8188