Nederlandse slufters : verkennende inventarisatie naar abiotische parameters
Door de toegenomen belangstelling voor gebieden met hoge natuurwaarden in het Ned. kustgebied, zoals bijv. De Slufter op Texel en Het Zwin in Zeeuwsch Vlaanderen, wordt in het kader van het vigerende kustbeleid, niet uitgesloten om met het oog op natuurbouw slufterachtige systemen in de kuststrook te laten ontstaan dan wel te creëren. Verwacht wordt dat door inpassing van een sluftersysteem in het duingebied, hetgeen de natuurlijke dynamiek in de kuststrook versterkt, de diversiteit van natuur en landschap vergroot kan worden. In het rapport wordt een slufter gedefinieerd als een overgangsvorm tussen een kleine vloedkom van de Waddenzee en een duinvallei zonder watervoerende geulen. Voordat een beslissing van al dan niet overgaan tot slufterbouw kan worden genomen, zullen relevante natuurlijke processen en socio-economische randvoorwaarden, bekend moeten zijn. Bij de bepaling van een locatie welke voldoet aan de randvoorwaarden voor het creëren van geschikte condities voor een verder natuurlijk verlopend proces van sluftervorming, is een gedegen afweging van abiotische (processen, gradiënten, ruimte), biotische (zonering, diversiteit) en socio-economische (veiligheid en kosten) parameters van groot belang.
- Datum rapport
- 1 januari 1992
- Auteur
- W.D. Eysink, A. Hoekstra en F.M.J. Hoozemans; Waterloopkundig Laboratorium
- Uitgever
- Waterloopkundig Laboratorium (WL) = Delft Hydraulics Laboratory.
- Annotatie
-
Met lit.opg. - In opdracht van (Ministerie van Verkeer en Waterstaat), Rijkswaterstaat (RWS), Dienst Weg- en Waterbouwkunde (DWW)
- Documentnummer
- 111144