Hydraulische Belastingen Oude IJssel : Wettelijk Beoordelingsinstrumentarium 2017
In opdracht van Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving (RWS, WVL)
Rijkswaterstaat heeft in de generale repetitie van WBI-2017 (in 2016) het verzoek gekregen voor het afleiden van hydraulische belastingen op zijrivieren van de Maas en IJssel. Rijkswaterstaat heeft daarom HKV gevraagd sqlite-data bases voor de Oude IJssel te maken, waarin het verhang langs de riviertak is verwerkt. Deze databases moet aslocaties (elke km) en oeverlocaties (elke 100 m) bevatten, conform de WBI-2017 afspraken. In dit rapport beschrijven wij de methode waarop deze databases zijn aangemaakt.
In de HR2006 zijn voor het eerst Hydraulische Randvoorwaarden opgenomen voor de Oude IJssel. Deze zijn gebaseerd op een studie van HKV uit 2005 (HKV, 2005) . Destijds is met een correlatiemodel tussen de afvoer van de Rijn en de afvoer van de Oude IJssel de terugkeertijden van de waterstanden per kilometer langs de Oude IJssel bepaald. Voor de Hydraulische Randvoorwaarden zijn deze berekeningen vertaald naar een toeslag voor de waterstand (Van Velzen, Scholten en Beyer, 2008). Deze toeslag bestaat uit de verhoging van de waterstand voor een locatie langs de Oude IJssel t.o.v. de waterstand bij Doesburg langs de Gelderse IJssel. Destijds is deze toeslag alleen berekend voor de oude normfrequentie T = 1250 jaar (overeenkomend met een Rijnafvoer van 16.000 m3/s).
Gevraagd is om een methode uit te werken voor de 12 afvoerniveaus, die gebruikt worden binnen het WBI-2017 voor de Bovenrivieren (Rijntakken). We beschouwen bovenstaande 'toeslag'-methode en drie andere manieren om het verhang langs de Oude IJssel tussen Doesburg en Doetinchem af te leiden. Vervolgens maken wij een keuze. Met de gekozen methode kunnen voor alle aslocaties van Doesburg tot aan Doetinchem waterstanden per afvoerniveau aan de WBI-2017 database van de Bovenrivieren Rijntakken worden toegevoegd.
Als dwarsopwaaiing wordt verwaarloosd, kunnen ook waterstanden voor oeverlocaties worden aangemaakt. De golfhoogte en de piekperiode kunnen dan worden berekend met de golfgroeiformule van Bretschneider. Voor deze berekening zijn een digitaal model van de terreinhoogte en een shape van het wateroppervlak nodig om strijklengten en bodemhoogten te berekenen.
Deze databases zijn vanaf september 2026 niet meer vigerend.
Vigerende databases kan u via IPLO.NL downloaden.
- Auteurs
- Botterhuis, T., Pleijter, G., Rongen, G., Jong, A.K. de
- Datum rapport
- 1 januari 2017
- Uitgever
- HKV lijn in water
- Annotatie
-
In opdracht van Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving (RWS, WVL)
- Documentnummer
- PR3470.10