Rapport visserijkundig onderzoek : Bovendiep te Amsterdam, 23 oktober 2001
Op 23 oktober 2001 is op verzoek van Rijkswaterstaat Directie Utrecht door de OVB een visserijkundig onderzoek uitgevoerd in het Bovendiep te Amsterdam. Hierbij zijn de soortensamenstelling, de lengte-opbouw en de conditie van de verschillende vissoorten en de groei van enkele witvissoorten bepaald. De visstandbemonstering werd uitgevoerd met een zegen van 250 meter lengte en een elektrovisapparaat. Tijdens de visstandbemonstering zijn 13 vissoorten gevangen. De visstand bestond voornamelijk uit brasem, met daarnaast een vrij grote hoeveelheid baars, pos en blankvoorn. De witvissoorten verkeerden in een (ruim) voldoende conditie en vertoonden een gemiddelde tot snelle groei. Opmerkelijk was de matige conditie van de grotere baars en de onvoldoende conditie van de grotere snoekbaars. De lengte-opbouw van de aangetroffen vissoorten was vrij evenwichtig. Tweejarige blankvoorn, enkele jaarklassen brasem en snoekbaars groter dan circa 35 centimeter zijn relatief weinig aangetroffen. voor de vegetatieminnende vissoorten snoek, zeelt en ruisvoorn zijn de omstandigheden weinig geschikt. Er zijn drie snoeken, een zeelt en geen enkele ruisvoorn gevangen. Omdat het Bovendiep een open verbinding heeft met het Amsterdam-Rijnkanaal kan de aangetroffen situatie (sterk) afwijken van de situatie in andere maanden. Het visserijkundig onderzoek dient daarom als een momentopname te worden beschouwd.
- Datum rapport
- 1 januari 2001
- Auteurs
- Gerlach, G.
- Auteur
- G. Gerlach; Organisatie ter verbetering van de binnenvisserij
- Annotatie
-
17 p.
ill.
bijl.
In opdracht van Rijkswaterstaat Directie Utrecht
VO. 0063/01 - Documentnummer
- 368816