Gevolgen van het uitvallen van gemaal Wortman voor de peilbeheersing in de lage afdeling van Flevoland
Doel is na te gaan wat de invloed is van de tijdelijk verminderde bemalingscapaciteit in Flevoland op peiloverschrijdingsfrequenties in de lage afdeling. Hierbij wordt uitgegaan van een polderpeil van 6,40 m -NAP en, in tegenstelling tot eerdere studies, van berging van water in de grond. Deze berging wordt uitgedrukt als een percentage van de oppervlakte, volgens een geschatte relatie met het waterpeil. De conclusie uit de berekeningen luidt, dat geen ontoelaatbaar hoge peilen zullen optreden. Andere maatregelen dan de tijdelijke polderpeilverlaging en het herstel van de bemalingscapaciteit zijn daarom niet nodig. Peilmetingen in de periode 19 januari t/m 29 februari 1988 ondersteunen deze conclusie, en tonen aan dat de berging van water in de grond zelfs groter is dan was aangenomen.
- Datum rapport
- 1 januari 1988
- Auteur
- door H.A. Wolters; Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RWS, RIJP).
- Annotatie
-
21 p.
ill. ; 30 cm.
(RIJP-rapport ; 1988-16 Cbw) - Documentnummer
- 8973