Scheepsongevallen op de hoofdtransportas Rotterdam - Duitsland 1984 - 1988 : onderdeel VW101
Voor de periode 1984 t/m 1988 zijn voor vaarweg 101 (Boven-Rijn, Waal, Boven Merwede, Beneden Merwede en Noord) de scheepsongevallen geanalyseerd. De analyse is gekoncentreerd rondom de zwaardere ongevallen. Er zijn enkele vaarwegvakken die men als ongevalskoncentratiepunten kan beschouwen. Daarbij gaat het echter voornamelijk om minder zware ongevallen. Ongevalskoncentratiepunten van zware ongevallen zijn niet nadrukkelijk aanwezig. Er is in de onderzoeksperiode diverse malen een scheepsongeval voorgevallen waarbij milieuschade is ontstaan. Vooral de grote mate van betrokkenheid van zeeschepen is een reden tot zorg. Om die reden is een apart onderzoek uitgevoerd naar ongevallen waarbij coasters waren betrokken. Het rapport hiervan is als bijlage opgenomen. Bij ruim 25% van de schepen, waar aanzienlijke of grote schade is ontstaan, zijn zichtbelemmeringen aan boord (mede) oorzaak geweest van het ontstaan van het ongeval. Ankerliggers en gemeerde schepen waarbij zware schade is ontstaan vertegenwoordigen ongeveer 30% van alle schepen met schadeklasse 3 of 4.
- Datum rapport
- 1 januari 1991
- Auteur
- [Ministerie van Verkeer en Waterstaat], Rijkswaterstaat (RWS), Dienst Verkeerskunde (DVK), Hoofdafdeling Scheepvaart; Th.W. Peelen; [met medew. van] H.H.W. Kusters, H.L. Stipdonk [en L. Visser]
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Verkeerskunde (RWS, DVK).
- Annotatie
-
35, 14 p.
ill.
Nota S89.138. - Met lit. opg. - Heeft als bijl. : Ongevallen op de Waal met zeevaartuigen in de periode 1984-1988 (vaarweg 101 van kmr 876,4 tot kmr 952,5) / Leen Visser. - 1990 - Documentnummer
- 120855