De makrofauna van oevers van de Utrecht-Noordhollandse Vecht : de betekenis van de ecologische struktuur van oeverzone
Presenteert de resultaten van het onderzoek aan de makrofauna in diverse habitats, zoals stenen, in het water hangende takken of planten, vegetaties van water- en oeverplanten in de oeverzone op een 25-tal lokaties verspreid langs de Vecht. In het algemeen bieden de Vechtoevers van Utrecht tot Muiden voor allerlei waterorganismen levensmogelijkheden. De bodem in de oeverzone wordt gekenmerkt door een soortenarme fauna. Bij aanwezigheid van water- of oeverplanten, in het water hangende takken of vergelijkbare strukturen kunnen vertegenwoordigers van allerlei diergroepen voorkomen. Een soortenrijke fauna is aangetroffen in de onbeschoeide, flauw aflopende, met riet begroeide oevers in de brede delen, zoals in het Noordhollandse deel, van de Vecht. Ten behoeve van de beoordeling van de faunistische waarde van de onderzochte habitats en oevertypen is een categorie doelsoorten onderscheiden.
- Datum rapport
- 1 januari 1990
- Auteur
- R.F.M. Buskens, Bureau voor oecologisch en hydrobiologisch onderzoek en advies
- Uitgever
- Bureau voor oecologisch en hydrobiologisch onderzoek.
- Annotatie
-
69 p.
ill., fig., tab. ; 30 cm
Onderzoek in opdracht van [Ministerie van Verkeer en Waterstaat] Rijkswaterstaat (RWS), Direktie Utrecht (UT) en Dienst Water& Milieu, Provincie Utrecht in het kader van het Restauratieplan Vecht (RPV). - RWS-U rapport nr. ANA 90.01. - Rapport RPV - 04. - Buskens rapporten en mededelingen nr. 5. - Makrofauna Vechtoevers - Documentnummer
- 70421