Constructief gedrag bestaande I-ligger viaducten : case: brug over Beneden Merwede te Papendrecht : hoofdstudie: dwarskracht
De te berekenen dwarskracht zal getoetst worden aan de toetsingseisen die hieromtrent in de VBC '95 zijn opgenomen. De acht 100 tons kabels worden verspreid over de hoogte van de liggers aan de kopse kant hiervan afgespannen. Om voldoende ruimte voor de ankerkoppen te verkrijgen is het lijf van de ligger aan het uiteinde 600 millimeter breed. Deze breedte verloopt, vanaf 0.4 meter van het hart van de oplegging, over 2 meter geleidelijk naar de breedte van 200 millimeter. Naast de ruimte voor het afspannen van de voorspankabels heeft deze extra breedte een gunstig effect op de opneembare dwarskracht ter plaatse van de oplegging. Naast de voorspanelementen is in de doorsnede nog een geringe hoeveelheid zachtstaal wapening aanwezig. De langswapening bestaat uit enkele staven met een diameter van 12 mm die verdeeld over de hoogte en met name boven in de bovenflens liggen. Deze langswapening is in het lijf bedoeld als verdeelwapening en boven in de bovenflens heeft deze wapening als doel de belastingen samen met de dwarsvoorspanning af te voeren naar de liggers. In constructieve zin, voor het opnemen van dwarskracht, heeft deze langswapening dus geen rol van betekenis. Verticaal is er eveneens enige zachtstaal wapening aanwezig. Deze wapening wordt gevormd door dubbelsnedige 'beugels' rond 12 mm met een hart op hart afstand van 50mm. Deze 'beugels' volgen het oppervlak van de ligger. Dit betekent dat ze slecht ter plaatse van het lijf over een lengte van 1.2 meter verticaal lopen om vervolgens weer af te buigen. Een effectieve beugel voor het opnemen van dwarskracht loopt verticaal over de gehele hoogte van de doorsnede en buigt onder en boven horizontaal af voor voldoende verankering. Deze verticale wapening kan de opneembare schuifspanning vergroten in het geval deze de trekspanningen tussen de trekband en de betondrukzone kunnen opnemen. Voor voldoende effectiviteit zullen deze verticale wapeningsstaven dus voldoende verankeringslengte nodig hebben in zowel de drukzone als in de trekband. Voor het opnemen van de dwars kracht zal de invloed van de aanwezige zachtstaalwapening dan ook verwaarloosd worden.
- Datum rapport
- 1 november 2000
- Auteurs
- Laurijssen, A.W.
- Auteur
- A.W. Laurijssen; TU Delft
- Uitgever
- [Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Rijkswaterstaat Bouwdienst (RWS, BD)].
- Annotatie
-
49 p. Afstudeerverslag
- Documentnummer
- 321524