Klasse V vaarwegen dwarsprofielen : richtlijnen voor afmetingen en vormgeving : deel VI : eindrapport
Allereerst wordt aandacht gegeven aan de relevante kenmerken van de maatgevende scheepstypen (hoofdstuk 2). Vervolgens worden de maatgevende verkeerssituaties gedefinieerd (h.3). De breedte van de rechte vaarwegvakken is de basisgrootheid van de richtlijnen en wordt behandeld in h.4 en 5. Voor bochten en voor dwarsstroom wordt een toeslag geadviseerd (h.6& 7). De diepte van de vaarweg wordt in h.8 behandeld. Richtlijnen voor geulen in meren zijn opgenomen in h.9. Tenslotte wordt in de h.10 & 11 kort ingegaan op enkele nevenaspecten zoals zwaaikommen en oeveraantasting door boegschroeven. Dit rapport dient als basis voor het opstellen van richtlijnen door de Commissie Vaarwegbeheerders (CVB) ten behoeve van de vaarwegbeheerder die een vaarweg moet ontwerpen of beoordelen.
- Datum rapport
- 1 januari 1994
- Auteur
- Waterloopkundig Laboratorium (WL); A. Boogaard
- Uitgever
- Waterloopkundig Laboratorium (WL) = Delft Hydraulics Laboratory.
- Annotatie
-
VI, 63p.
ill.
Rapport Q880. - Met lit. opg
Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat (RWS) Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV). - Projectbegeleiding T. Dijkhuis(6) - Documentnummer
- 73947