Waterkwaliteitseffecten slibstort Lateraalkanaal : interimrapport uitgevoerd onderzoek
Om nautische redenen moet er op diverse plaatsen in de Maas en de Limburgse kanalen periodiek gebaggerd worden. Het bergen van de vrijkomende specie (ca. 250.000 m3/jr) is W.V.O.-plichtig. De specie is over het algemeen sterk verontreinigd. Omdat reiniging, c.q. verbetering van de kwaliteit van de specie te verwachten is, is door de Directie Limburg tot een tijdelijke berging ervan in het Lateraalkanaal besloten. Niet alleen omdat vanuit de verleende W.V.O.-vergunning eisen worden gesteld aan de waterkwaliteitseffecten die optreden tijdens het baggeren, maar ook om inzicht te verkrijgen in de (modellering van de) daaraan ten grondslag liggende processen met het oog op toekomstige operaties, is door D.B.W./RIZA op verzoek van Directie Limburg onderzoek verricht naar de waterkwaliteitsprocessen tijdens het baggeren en storten. Een belangrijke overweging hierbij was het feit dat de specie uit de Maas maar ook tot op zekere hoogte de stortomstandigheden, zodanig afwijken van die elders in het land, dat de aldaar opgedane ervaringen slecht overdraagbaar zijn naar de Limburgse situatie.
- Datum rapport
- 1 januari 1988
- Auteur
- W.E. van Vuuren; Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijkswaterstaat, Dienst Binnenwateren/RIZA
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Binnenwateren (RWS, DBW).
- Annotatie
-
22 p.
fig., tab. ; 30 cm
Nota nr. 88.013. - Met samenvatting. - Met lit.opg.: p. 22 - Documentnummer
- 196609