Simulatie van de fenologische ontwikkeling van winterkoolzaad in de IJsselmeerpolders
Op basis van gegevens uit op verschillende data gezaaide rassenproeven met winterkoolzaad in Zuidelijk Flevoland is een model ontwikkeld van de fenologische ontwikkeling van het ras Jet Neuf. In het model wordt de ontwikkeling in vier perioden verdeeld : van zaai tot opkomst, van opkomst tot schieten, van schieten tot volle bloei en van volle bloei tot zwadmaairijpheid. In de eerste, derde en vierde periode wordt de ontwikkeling afhankelijk gesteld van de temperatuur. Over deze perioden worden de gemiddelde etmaaltemperaturen, gerekend vanaf een basistemperatuur van resp. 0, 2 en 6 graden C, gesommeerd. In de periode van opkomst tot schieten worden, voor sommatie, de temperaturen vermenigvuldigd met een daglengte- en een vernalisatiefactor, beiden kleiner of gelijk aan 1. De basistemperatuur is 2 graden C. De vernalisatiefactor neemt toe tot 1 bij temperaturen tussen 0 en 8 graden C. Er wordt aangetoond dat bodemfactoren de fenologische ontwikkeling beinvloeden. Simulaties van de fenologische ontwikkeling gaven goede resultaten. Het model bleek ook bruikbaar voor het ras Rafal.
- Datum rapport
- 1 januari 1986
- Auteur
- door A.J. Remmelzwaal en A. Habekotté; Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RWS, RIJP).
- Annotatie
-
22 p.
bijl., fig., tab.
Met lit. opg.
(RIJP-rapport ; 1986-3 Abw) - Documentnummer
- 141320