Recreatievaart in Oostelijk en Zuidelijk Flevoland
Het vaarten- en tochtenstelsel in Oostelijk en Zuidelijk Flevoland heeft primair een functie voor de ontwatering. De beroepsvaart beperkt zich in hoofdzaak tot de aanvoer van bouwmaterialen en de afvoer van landbouwprodukten. Het gaat daarbij om relatief geringe aantallen schepen. De recreatieve waarde van deze binnenwateren werd het eerst ontdekt door de sportvissers, die reeds in een vroeg stadium massaal Flevoland bezochten. De aanleg van speciale visplaatsen was een reactie op deze ontwikkeling. In het westelijk deel van Oostelijk Flevoland en in Zuidelijk Flevoland zijn de vaarten en tochten in steeds sterkere mate in landschappelijke en recreatieve inrichtingsplannen betrokken. Vooral de laatste jaren wordt bij de inrichting van zowel het landelijk als het stedelijk gebied grote aandacht besteed aan de attractiewaarde van de vaarten, tochten en grachten en hun oevers voor sportvissers, fietsers, wandelaars, rustzoekers en watersporters.
- Datum rapport
- 1 januari 1986
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP); door W.H.B. Dubelaar, J. Smit en J.F.W. Zuydgeest
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RWS, RIJP).
- Annotatie
-
63 [68] p.
ill.
(Flevobericht ; nr. 246)
Met samenvatting in het Engels en Nederlands
Met lit. opg.
ISBN 9069140055 - Documentnummer
- 140435