Milieu-effectrapport berging baggerspecie : hoofdrapport
In afwachting van de ontwikkeling van mogelijkheden voor verwerking en hergebruik van baggerspecie, en van de effecten van preventiebeleid, zal de komende jaren voldoende bergingscapaciteit moeten worden verwezenlijkt, en een beleid voor de naaste decennia moeten worden uitgezet. De ministers van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer hebben het initiatief genomen om vanuit de rijksoverheid op vrijwillige basis een milieu-effectrapoport te laten opstellen, met als doel te komen tot richtlijnen voor aard en inrichting van baggerspeciedepots. Na het specieaanbod naar kwaliteit en kwantiteit in heden en toekomst, worden verschillende mogelijke verwijderingsketens in beschouwing genomen. Het betreft hier het al dan niet laten liggen van de verontreinigde waterbodem, het baggeren en het transport van specie, het verspreiden in oppervlaktewater, verwerkingsmethoden, en het bergen in depots. De milieu-effecten van de verwijderingsketens worden geanalyseerd en vergeleken, evenals die van de verschillende onderscheiden depotvarianten. Tenslotte wordt ingegaan op het aantal depots, hun milieu-effecten en de kosten. Aanvullend wordt een indruk gegeven van de leemten in kennis met betrekking tot de problematiek.
- Datum rapport
- 1 januari 1992
- Auteur
- Raadgevende Ingenieurs Witteveen + Bos
- Annotatie
-
235 p.
fig., tab. ; 30 cm
In opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, en het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) Directoraat-Generaal Milieubeheer. - Lit. opg.: p. 232-235 - Documentnummer
- 230714