Krachten op ten anker liggende schepen : Westerschelde
Het onderzoek is gericht op de (overslag) ankerplaatsen Everingen en de Put van Terneuzen. Eerst wordt ingegaan op de huidige praktijkregels die worden gehanteerd bij het ten anker leggen van grote schepen. Dit zijn vuistregels c.q. ervaringsregels voor de benodigde ankerketting, waarin variabelen als wind, zeegang, stroom, waterdiepte en bodemsoort zijn verwerkt. Vervolgens is onderzocht hoeveel ankerliggers op deze lokaties hebben gedrift in een periode van zes en een periode van tien jaar, waarna globale kansberekeningen worden gemaakt. Aan de hand van een literatuurstudie worden voor zowel het anker als de ankerketting de houdkracht beschreven en berekend voor twee maatgevende schepen. De berekeningen van de krachten gelden voor een ten anker liggend enkelvoudig schip. Tot slot wordt ingegaan op de statische en dynamische krachten op het schip onder verschillende stroom- en windkondities. Het onderzoek kan als leidraad dienen voor het aangeven van richtlijnen voor ten anker liggende schepen met eventueel overslagaktiviteiten langszij.
- Datum rapport
- 1 januari 1992
- Auteur
- [projektleider B.M. Peters]; Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijkswaterstaat, Dienst Verkeerskunde, Hoofdafdeling Scheepvaart
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Dienst Verkeerskunde (RWS, DVK).
- Annotatie
-
26 p.
fig., tab.
Met lit. opg.
Rapport S91.244
Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken (DGSM), Regio Scheldemond(30) - Documentnummer
- 73996