Evaluatie van ecologische kerngebieden voor snoek in de randmeren : deelproject 3: evaluatie gebruik oevervegetatie in het Drontermeer door snoek
<p>Vastgesteld is dat de snoekbiomassa en de recrutering van 0+snoek laag is en dat dit waarschijnlijk te wijten is aan slechte kwaliteit van het snoekhabitat in de oeverzône. Door de zee lage vangsten is het echter, op basis van de hudige variabelen, nog steeds niet geheel duidelijk welke factoren de dichtheden snoek in de sectoren bepalen. Het is echter noodzakelijk dat wordt achterhaald welke factoren bepalend zijn voor de draagkracht van een opgroeigebied voor snoek in het Drontermeer. Vooral voor het toekomstige beheer is het van groot belang vast te stellen in hoeverre factoren zoals slibdepositie, waterverplaatsing en temperatuurregiem die worden veroorzaakt door wind en golven het klimaat voor de voortplanting, voor het opgroeien en voor het leven ter plekke nadelig beïnvloeden. De doelstelling van deelproject 3 zijn: o.a. te komen tot een schatting van de omvang en samenstelling van de totale snoekstand en na te gaan of deze overeenstemt met de populaties in andere snoekwateren.</p>
- Datum rapport
- 1 januari 1994
- Auteur
- S. Semmekrot, M.P. Grimm en J. Kampen; Witteveen + Bos Raadgevende Ingenieurs
- Uitgever
- Witteveen+Bos.
- Annotatie
-
40, [12] p.
bijl., fig., tab.
In opdracht van [Ministerie van Verkeer en Waterstaat], Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL)
Met lit. opg. - Documentnummer
- 8187