Integrale zand-slib modellering voor het noordelijk deltabekken : inventarisatie en voorstel modelopzet : verslag burostudie
Na de afsluiting van het Haringvliet en Volkerak is de waterbeweging in het Noordelijk Deltabekken belangrijk gewijzigd. De grootste morfologische veranderingen zijn opgetreden in het zuidelijk deel vanhet gebied (de "zuidrand"). Door de geringe stroomsnelheden vindt sedimentatie plaats van het door de Rijn en Maas aangevoerde sediment. De transportprocessen voor slib (m.n. erosie en sedimentatie) verschillen van die voor zand, waardoor in wiskundige, veelal numerieke, modellen in het algemeen aparte fysische beschrijvingen worden gehanteerd. Gaat na in welke delen langs de zuidrand van het Noordelijk Deltabekken zowel het transport van zand als van slib van betekenis is. Voor het uitvoeren van berekeningen, bijv. in het kader van saneringsmaatregelen, kan het nodig zijn dat dan een model ter beschikking staat dat voor een dergelijk tussengebied is te gebruiken. Er is een inventarisatie gemaakt van beschikbare modellen, die in staat zijn het transport van zand of slib of beide te berekenen. Stelt tevens voor om te komen tot een integrale zand-slib modellering.
- Datum rapport
- 1 januari 1991
- Auteur
- G.M. Moser, C. Kuijper, P.F. van Dreumel, M. van der Linden Waterloopkundig Laboratorium
- Uitgever
- Waterloopkundig Laboratorium (WL) = Delft Hydraulics Laboratory.
- Annotatie
-
43 p.
30 cm
Z71. - Met lit. opg. - Opdrachtgever : Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Zuid-Holland (RWS, ZH) - Documentnummer
- 229833