Maatregelen en/of voorzieningen averijschepen Noordzee
Allereerst is een onderzoek gedaan naar de diverse relaties tussen soort ongeval en soort schip. Dit is gebeurd aan de hand van de ongevalscijfers die het Marin beschikbaar had. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de scheepsrampen die de afgelopen jaren hebben plaats gevonden op de Noordzee en hoe deze rampen behandeld zijn. Tot slot is er een inventarisatie uitgevoerd naar mogelijke averijlocaties. Dit is gebeurd aan de hand van diverse matrices. Uiteindelijk is gekozen voor een matrix per locatie waarin de relatie soort incident schip/beoordelingscriteria is uitgezet. Aan de hand van het soort incident schip is nagegaan, welke locaties eventueel in aanmerking komen voor de tijdelijke opvang van het incident schip. Na deze inventarisatie worden in het laatste hoofdstuk "slotbeschouwing en eindconclusies" een aantal conclusies getrokken en wordt aangegeven welke mogelijkheden er volgens de projectgroep in volgorde van prioriteit bestaan om te komen tot een verdere vermindering van de kans op niet behandelbare probleemschepen.
- Datum rapport
- 1 januari 1984
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken (DGSM), Directie Loodswezen en Scheepvaartverkeer en Rijkswaterstaat, Directie Noordzee (RWS, NZ); J. Kaspers, J.A.J.P. van Riet, N.J. Spijker, P.M. Stuurman, R...
- Uitgever
- DGSM, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Noordzee (RWS, NZ).
- Annotatie
-
53 p.
ill.
Met aparte samenvatting en conclusies in het Engels getiteld: Emergency measures and facilities for damaged vessels in the North Sea - Documentnummer
- 122972