Weidevogels in relatie tot voedselaanbod, bodemgesteldheid en hydrologie : een onderzoek naar mogelijke relaties tussen het voorkomen van broedende kieviten, grutto's en kemphanen, hun voedsel, de bodem en waterhuishouding op recent drooggevallen mariene
Doel van het in dit rapport beschreven onderzoek is: nagaan in hoeverre aangegeven kan worden bij welke bodemgesteldheid en hydrologische omstandigheden gronden het best geschikt zijn (te maken) als broedgebied voor weidevogels. Onderzocht werd daarom of er een verband aangetoond kon worden tussen het voorkomen van broedende weidevogels en de abiotische factoren bodem en water. Ook het in het broedterrein beschikbare voedsel voor weidevogels (de in en op de bodem levende ongewervelde fauna) werd in het onderzoek betrokken. Ten eerste om meer inzicht te krijgen in de mogelijke relatie tussen weidevogeldichtheid en voedselaanbod en ten tweede om na te gaan in hoeverre er verband is tussen voedselaanbod en de beschouwde abiotische factoren. Het onderzoek werd uitgevoerd in het voorjaar van 1983. Er werden 20 proefgebieden gekozen, allen gelegen op recent drooggevallen gronden. Hier werd het aantal broedparen van kievit, grutto en het aantal broedende kemphennen vastgesteld.
- Datum rapport
- 1 januari 1988
- Auteur
- door G.T. Rensenbrink; Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RWS, RIJP).
- Annotatie
-
fig., tab. ; 30 cm.
Lit. opg.
(RIJP-rapport ; 1988-29 Cbw) - Documentnummer
- 238594