Verteerbaarheidsanalyses met penssap in plantenmateriaal uit natuurgebieden : een orienterende vergelijking tussen twee methoden en drie laboratoria
Verslag van een oriënterend onderzoek, waarbij voor een aantal plantemonsters de organische stof verteerbaarheid (VCos "in-vivo"), bepaald via de Tilley en Terry methode en de Van Soest methode, met elkaar vergeleken zijn. Tevens is voor een aantal plantemonsters de VCos "in-vivo" op verschillende laboratoria bepaald via de Tilley en Terry methode. Met de Van Soest methode wordt bij sommige plantemonsters de VCos "in-vivo" overschat t.g.v. onvolledige celinhoud vertering. De Tilley en Terry methode verdient daarom de voorkeur. Door het biologisch laboratorium van de RIJP werden lagere geschatte VCos "in-vivo" waarden gevonden dan door het Bedrijfslaboratorium voor de Landbouw te Leeuwarden en door het Instituut voor Veevoedingsonderzoek te Lelystad. Bij matig en goed verteerbaar materiaal zijn de verschillen acceptabel. Laag verteerbaar materiaal geeft echter onbetrouwbare uitkomsten, waar ook bepaald, omdat er geen referentiemonsters van dergelijk materiaal voor handen zijn.
- Datum rapport
- 1 januari 1986
- Auteur
- door J.T. Vulink; Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RWS, RIJP).
- Annotatie
-
42 p.
bijl., fig., tab.
Met lit. opg.
(RIJP-rapport ; 1986-6 Abw) - Documentnummer
- 237479