Onderzoek naar een minimumprofiel bij Petten
In 1973 is begonnen met de aanleg van de huidige (qua plaats en lengte) Hondsbossche Zeewering bij Petten. Tussen 1977 en 1981 is de dijk op Deltahoogte gebracht. De hoogte van de dijk bedraagt nu NAP +12,75m. Voor de zeewering bevinden zich 30 strandhoofden om de zeestromingen uit de kust te leiden en erosie te voorkomen. Volgens de wettelijke veiligheidseisen moet de Pettemer Zeewering een storm met een overschreidingsfrequentie van 1/10.000 kunnen weerstaan. Om te kunnen bepalen of de zeewering aan deze (veiligheids-)eisen voldoet dient onder andere de significante golfhoogte bij de teen van de dijk bij deze overschreidingsfrequentie bekend te zijn. Deze golfhoogte is afhankelijk van de inkomende golven vanaf zee, de waterstand en het bodemprofiel voor de dijk. Onderzoek heeft uitgewezen dat bij een lager gelegen bodemprofiel (en dus grotere waterdiepte) hogere golven de teen van de dijk bereiken. Om de maatgevende golfhoogte bij de teen van de dijk te bepalen is het dus noodzakelijk om een minimum profiel te kunnen bepalen.
- Datum rapport
- 1 mei 2001
- Auteurs
- Tonis, I.E., Veen, E.J.
- Auteur
- I.E. Tonis, E.J. Veen
- Uitgever
- RWS, RIKZ, Sepra BV.
- Annotatie
-
57 p.
RIKZ/OS/2001.113X
ill.
Project HYDRA - Documentnummer
- 635243