Statistisch onderzoek naar de relatie tussen veekmerkhoogten en het bezwijken van dijken
Een statistische analyse wordt gegeven aangaande het bezwijkgedrag van de dijken rondom het Oosterscheldebekken na de stormvloed van 1953. Als karakteristieke grootheid voor de belasting van de dijk wordt het dijkkruinhoogte-tekort beschouwd. Dit is het verschil tussen de hypothetische veekmerkhoogte en de in 1953 bestaande kerende hoogte (kruinhoogte of hoogte bovenkant keermuur). De bezwijkkans werd uitgerekend als funktie van het dijkskruinhoogte- tekort. Dijken met een binnentalud 1 : 1,5 of steiler (resp: flauwer dan 1 : 1,5) bleken een bezwijkkans van 50% te hebben bij een dijkskruinhoogte-tekort van 1 1/4 m (respectievelijk 2 1/2 m). Vergelijken van dijken mèt een dijkmuurtje en dijken zonder muur leverde op, dat bij gelijk dijkskruinhoogte-tekort dijken met een muur een significantkleinere bezwijkkans hadden dan dijken zondr muur, indien het binnentalud 1 : 1,5 of steiler was. Bij een binnentalud flauwer dan 1 : 1,5 werden geen significante verschillen gevonden.
- Datum rapport
- 1 januari 1981
- Auteur
- W.T. Bakker; Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Waterhuishouding en Waterbeweging, District Kust en Zee, Adviesdienst Vlissingen; P. Roelse
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Waterhuishouding en Waterbeweging (RWS, WW).
- Annotatie
-
84 p.
24 bijl., graf., tab.
Nota WWKZ-81.V007
Met lit. opg. - Documentnummer
- 63595