Relatie steekproefomvang en nauwkeurigheid
Uitgaande van een uitgebreide kentekenenquête, gehouden op een screenline bij Nijmegen, is onderzocht in hoeverre de kwaliteit van de matrix, die volgt uit het onderzoeksmateriaal, achteruit zou zijn gegaan, wanneer de steekproef minder omvangrijk zou zijn geweest. Er zijn resultaten afgeleid voor zowel vrachtverkeer als personenverkeer, voor verschillende periodes van de dag en voor een tweetal gebiedsindelingen. Gekozen is voor de aanpak van lineaire regressie waar steeds de matrix van de oorspronkelijke enquête werd vergeleken met de matrix van een deel van die enquête. De resultaten zijn omgezet in een methode om globaal de betrouwbaarheid van een enquête te kunnen schatten wanneer deze gebruikt wordt als invoer voor matrix-calibratie programmatuur.
- Datum rapport
- 1 januari 1990
- Auteur
- Bureau Goudappel Coffeng (BGC)
- Uitgever
- BGC.
- Annotatie
-
37 p. : fig., tab. ; 30 cm Onderzoek in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat Rijkswaterstaat (RWS), Dienst Verkeerskunde (DVK). - Projectleider J. van der Rest. Met lit. opg.(14)
- Documentnummer
- 75083