Waarnemingen aan de visstand in het Veluwemeer en Wolderwijd in de periode 1966-1987
Als gevolg van eutrofiëring is er vanaf ongeveer 1970 sprake van intensieve blauwalgenbloei en zeer troebel water. De visstand in de periode na 1970 wordt gedomineerd door brasem en snoekbaars. Vanaf 1979 is er sprake van een geleidelijk herstel als gevolg van diverse maatregelen. Door het ontstaan van enkele sterke jaarklassen neemt het aandeel blankvoorn en baars in de vangst toe. Het met regelmaat verschijnen van sterke jaarklassen blankvoorn, om de drie jaar, en brasem, om de zes jaar, doet vermoeden dat dichtheidsafhankelijke factoren een rol spelen bij de vorming van sterke jaarklassen. Het geslachtsrijp worden van de voorgaande sterke jaarklasse en eventuele concurrentie om het aanwezige voedsel kunnen hierbij de sturende variabelen zijn. Er werd geen correlatie gevonden tussen de watertemperatuur en de jaarklassterkte. De groei van zowel brasem als blankvoorn is afgenomen de laatste jaren. In het Wolderwijd is de afname het grootste. Groei is significant gecorreleerd met de temperatuur, maar wordt zeker ook bepaald door de beschikbaarheid van zoobenthos. Over het algemeen groeit op dit moment vis in het Veluwemeer beter.
- Datum rapport
- 1 januari 1989
- Auteur
- J.J.G.M. Backx; Landbouwuniversiteit Wageningen , Vakgroep Visteelt& Visserij
- Uitgever
- Landbouwuniversiteit Wageningen (LUW).
- Annotatie
-
36, [21] p .
fig ., tab .
Onderzoek in opdracht van de Dienst Binnenwateren / RIZA (DBW/RIZA)
Met lit. opg. - Documentnummer
- 238191