Onderzoek verhouding mariene-fluviatielslib in de Westerschelde
T.b.v. de bepaling van de herkomst van het bodemslib in de Westerschelde is onderzoek verricht naar de verhouding van het mariene- en fluviatieslib (zee- en rivierslib) in dit gebied. In 1985 is van een 12-tal locaties in de Westerschelde de 13c-waarde van het bodemslib bepaald. Uit dit onderzoek volgt dat de 13c-waarde van het bodemslib in de Westerschelde variëert tussen -25,48 en 23, 15 0/00. De hieruit berekende verhouding tussen het mariene- en fluviatieslib in de bodem bedraagt respectievelijk 61 en 39 % aan de Nederlands-Belgische grens en 99 en 1 % in de mond van de Westerschelde. Het verloop van de berekende verhouding tussen zee- en rivierslib toont voor het riviergedeelte tussen Hansweert en de Belgische grens een opmerkelijk steil verloop, terwijl voor het overige riviergedeelte de gradiënt vrij flauw verloopt, dit wil zeggen dat de grootste rivierslib in de bodem zich in het oostelijk deel van de Westerschelde bevindt. Indien we enkel van het rivierslib uitgaan, dan betekent dit dat van de totale hoeveelheid rivierslib in de bodem, zich 65
- Datum rapport
- 1 januari 1987
- Auteur
- J.P. Swart; [Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat Directie Zeeland]
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Zeeland (RWS, ZL).
- Annotatie
-
14, 6 p.
ill. ; 30 cm
Nota NXL-87.015. - Met lit. opg. : p. 11-12 - Documentnummer
- 17622