De bodem van de Utrechtse-Noordhollandse Vecht : een biologische en chemische kwaliteitsopname
In opdracht van Provincie Utrecht en Rijkswaterstaat Directie Noord-Holland is in het najaar van 1988 een onderzoek gestart naar de biologische- en chemische gesteldheid van de bodem van de Vecht over het trajekt Utrecht-Muiden. Uit de resultaten blijkt dat de bodem van het trajekt Muiden-Nigtevecht een chemische kwaliteitsklasse 2 tot 3 bezit. Het trajekt van Nigtevecht tot Utrecht is aanzienlijker zwaarder belast en heeft kwaliteitsklasse 3 tot 4. Het biologisch onderzoek geeft aan dat de kwaliteit in het Noordhollandse deel van de Vecht zorgwekkend is. Karakteristiek voor deze situatie is het hoge percentage misvormingen in de kopkapsels van muggelarven. In het Utrechtse deel is de biologische situatie zo slecht dat deze vergelijkbaar is met de meest gedegradeerde onderwaterbodems in het benendenrivierengebied. Kenmerkend voor deze situatie is onder meer het vrijwel ontbreken van bodembewonende muggelarven. Aanbevelingen hebben betrekking op het verdergaand inventariseren van het ecosysteem Vecht. Hierbij dienen ook de ondiepe bodem en de oever biologische te worden onderzocht.
- Datum rapport
- 1 januari 1990
- Auteur
- [in opdracht van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat], Rijkswaterstaat, Directie Noord-Holland, Provincie Utrecht, Dienst Water& Milieu (W&M); Alexander Klink
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Noord-Holland (RWS, NH).
- Annotatie
-
20, [17] p.
fig., krt., tab. ; 30 cm
(Rapporten en mededelingen ; 35) Nota ANW 89-21. - Met lit. opg. - Documentnummer
- 119208