De degradatiesnelheid van 1,3-dichloorpropeen : een laboratorium-experiment naar de degradatiesnelheid van 1,3-dichloorpropeen bij verschillende temperaturen
In 1989 is de Directie Flevoland een onderzoek gestart naar de uitspoeling van bestrijdingsmiddelen naar het grond- en oppervlaktewater in de bloembollenteelt. Er is onderzoek verricht naar degradatiesnelheid van 1,3-dichloorpropeen bij een temperatuur van 5, 10 en 20 graden Celcius en verschillende gehalten. Voor de beschrijving van het degradatieproces bestaan een aantal modellen, waarvan de belangrijkste het nulde, eerste en tweede orde model, het Michaelis-Menten en het Monod-model zijn. Hieraan is een model toegevoegd waarmee de degradatie op basis van populatiegroei met intraspectieve concurrentie wordt beschreven. Uit de laboratoriumproeven is gebleken dat voor gehalten tussen 5 en 15 (mg/kg d.s.) 1,3-dichloorpropeen de snelheid van de degradatie na een bepaalde aanloopperiode zeer snel toeneemt. Dit proces wordt toegeschreven aan micro-biologische afbraak en kan goed worden beschreven met een model op basis populatiegroei met intraspectieve concurrentie. De afbraak van dichloorpropeen is sterk afhankelijk van de temperatuur en het initiële gehalte. Er zijn sterke aanwijzingen dat 1,3-dichloorpropeen wordt afgebroken door micro-organismen.
- Datum rapport
- 1 januari 1991
- Auteur
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL); door K.P. Groen en J.P.M. Vink
- Uitgever
- Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Directie Flevoland (RWS, FL).
- Annotatie
-
32 p.
fig., tab.
(Werkdocument / Directie Flevoland ; 1991-13 Lip)
Met lit. opg. - Documentnummer
- 202899